'Joh, dit is geen smeris, dit is Leeman, daar kan je mee praten'

Door Robert Mienstra
BUITEN – “In 1975 werd ik de eerste agent van Almere”, vertelt Willem Leeman (88). “Toen ik hier kwam was er helemaal niets, alleen klei.” Agent van Almere zijn betekende toen, dat Leeman heel Flevoland onder zijn hoede had.

Agent Willem Leeman krijgt de sleutel van Bivak 2 (Foto: aangeleverd)


In zijn huiskamer in Buiten bladert de oud-agent door zijn mappen vol archiefstukken.“Kijk, hier is het eerste telefoonboek van Almere. Daar staan enkele tientallen mensen in. Ik mocht toen kiezen wat mijn telefoonnummer werd. Ik koos een makkelijk nummer, 1111.”
Leeman kwam, als één van de eerste bewoners, te wonen op Bivak nummer 2. “Een riante dubbele chalet waar ik prima in heb gewoond.” Hij bladert verder en laat talloze foto’s uit de pionierstijd van Almere zien. “Hier krijg ik de sleutel van mijn chalet. En hier zie je dat de eerste paal van de Schoolwerf wordt geslagen.”

Kever


Leeman was niet zomaar een agent. “In het Bivak kwam een buurvrouw naar me toe. “Leeman, mijn wasmachine is stuk en ik ben het garantiebewijs kwijt. Wat moet ik nu?”, zei ze. “Ik heb dat voor haar een kopie van het garantiebewijs geregeld. Ja, in die tijd was ik meer sociaal werker dan agent. Veel mensen kwamen met hun problemen bij mij.”
“We reden in een oude kever”, vertelt de oud-agent verder. “Tegen de wind in reed die maximaal zestig. En het waaide hier altijd. Dus dat schoot niet op. Bovendien waren er in de polder vooral zandpaden.” Met die kever hield Leeman zich in het begin vooral bezig met jacht op stropers. “Die kwamen volop naar de polder. En ik moest natuurlijk al het bouwmateriaal in de gaten houden.”

Smeris


Toen er meer mensen in Almere kwamen wonen, bleef Leeman gewoon Leeman. “Ik deelde samen samen met de eerste huisarts Nico van Duijn een bureau. Op een avond werd ik gebeld door een bewoner in verband met geluidsoverlast. Voor de jeugd in Almere was er een bouwkeet als clubhuis geplaatst op een veldje naast de Schoolwerf. De muziek stond meestal te hard. In die tijd kende ik de meeste jongelui. Ik ging te voet in vol ornaat naar de keet en ging naar binnen. Twee jongens kwamen mij tegemoet waarvan er één mij onbekend was. Hij keek mij verbaasd aan en vroeg ‘Wat moet die smeris hier?’ De andere jongen zei toen. ‘Dat is geen smeris, dat is Leeman, daar kan je mee praten.’ De muziek werd zachter gezet. De rest van de avond bleef het rustig.”
Zo ging het met Leeman altijd. “Ik kende iedereen, ook de jongelui. Als er al wat gebeurde, ik wist precies waar ik moest zijn.”
Leeman zit vol anekdotes. “Ik betrapte een keer een visser met drie hengels. Hij zei dat er twee niet van hem waren. ‘Mooi’, zei ik, ‘dan neem ik die twee mee als gevonden voorwerp.”
Leeman heeft in Almere een duidelijke mentaliteitsverandering gezien. “Er was nooit knokken, zoals nu wel gebeurt. Ik heb al die jaren veel respect van de inwoners gekregen.” Toen Leeman 58 werd, ging hij met pensioen.

Artikel geplaatst op: 01 oktober 2018 - 09:01

Gerelateerd

Delen