Raadsgriffier : 'Bestuur heeft geen belang bij meedenkende burgers'

ALMERE - Raadsgriffier Jan Dirk Pruim van Almere mist de vitaliteit in de lokale politieke arena. Dat blijkt uit zijn column voor het blad Binnenlands Bestuur en in een eerder interview in dagblad Trouw.

Jan Dirk Pruim (staand, links).


De functie van griffier is een belangrijke. Hij staat aan het hoofd van de ambtelijke dienst van de gemeenteraad, de Griffie. Die helpt de raadsleden, maar beseft tegelijkertijd dat de griffie ook voor de inwoners van de stad een 'bruggetje naar het stadsbestuur' moet zijn, zoals Pruim het omschrijft.
Aan het begin van deze eeuw is door de Tweede Kamer de ambitie neergelegd om de gemeenteraad meer vitaal te laten zijn. Ook vanuit het besef dat een sterke lokale politiek de gemeente mooier en beter maakt. De boodschap was ook: er moet wat gebeuren om de gekozen inwoners (de raadsleden) echt het hoofd van de gemeente en de vertegenwoordigers van de inwoners te laten zijn. Een belangrijke maatregel was daarbij om de wethouders geen raadslid meer te laten zijn. Maar de werkelijkheid is moeilijker. Want volgens Pruim is inmiddels in gemeenteland een systeem ontstaan dat hij met een moeilijk woord ‘coalitie-monisme’ noemt. In eenvoudige woorden: de wethouders sturen via de eigen fracties in feite de discussie in de raad aan. En verwachten dat de fracties die de coalitie vormen hen onvoorwaardelijk steunen. Daarmee dempen ze bewust en onbewust de onderlinge discussie tussen politieke partijen in de raad. En juist onderlinge discussie en beraadslagingen tussen inwoners en gekozenen worden belangrijk gevonden voor een sterkere positie van de lokale politiek. Zo gebeurt inmiddels het omgekeerde dan bedoeld. Niet iedereen zet de schouders onder de beweging de gemeenteraad meer vitaal te laten zijn.

Lui


Pruim merkt op dat het de andere spelers zoals collegeleden, ambtelijke organisatie eerder ‘lui’ heeft gemaakt in hun inzet op het meer vitaal maken van de lokale politiek in de gemeenteraad. Dat het moeilijk is te veranderen weet iedereen. Dat je hulp kunt gebruiken is eigenlijk vanzelfsprekend. Daarom is het spijtig dat de noodzaak tot verbeteren wordt gevoeld, maar de verandering zelf aan de raad en de griffier wordt overgelaten.
En het doet geen recht aan de inwoners, want raadsleden moeten vanuit hun titel als gekozene groot belang hebben bij meedenkende inwoners. Door de manier waarop nu inspraak, voorlichting en bezwarenprocedures zijn ingericht geldt dat niet voor bestuurders. Want die procedures zijn eigenlijk éénrichtingverkeer. Zo kan het dat Pruim in Trouw laat optekenen dat ‘Het bestuur heeft geen belang bij meedenkende burgers’,
Pruim stelt in Trouw dat vooral nieuwe technologie/internet mogelijkheden biedt om het contact tussen burgers en politiek te vereenvoudigen en daarmee de kans tot betrokkenheid en kennis te ontsluiten te vergroten. Inwoners kunnen hun kennis inbrengen, ze kunnen worden betrokken bij beslissingen. Zo kunnen raadsleden de ruimte pakken die bestuurders laten liggen. ‘Betrokkenheid van burgers moet je niet weggooien’, aldus Pruim. 'En dan is het weer jammer om te moeten zien dat niet of nauwelijks in die weg wordt geïnvesteerd voor de inwoners en voor de raad.'

Artikel geplaatst op: 17 april 2019 - 11:59

Gerelateerd

Delen