Bowlingbal

Door Marcel Beijer
Ik was op het strand. Daar zie je me niet vaak.
Ik hou niet zo van die roodverbrande lijven die – met bakboter ingevet - schouder aan schouder op een badlaken liggen te garen.
Vorige week liet ik me overhalen.
Naast ons zat een groep van zes personen, die aan de lippen hing van een man die er uitzag als een opgeblazen bowlingbal. Zijn weegschaal begint waarschijnlijk pas bij 130. Op zijn roodverbrande neus stond een spiegelende zonnebril, "charmant" afgedekt door een honkbalpetje op zijn kale kop.
De bowlingbal was onophoudelijk aan het woord. Zijn betoog flipperde van de formatieonderhandelingen, Ajax, schoolverzuim, Tom Dumoulin naar ijzererts. Ja, serieus: de bowlingbal had een uitvoerige mening over ijzererts, terwijl zijn handen onophoudelijk in familiezakken chips graaiden. Tussen het kauwen door schalde zijn bizar hoge stem onophoudelijk uit boven de mêlee van gejoel, gekrijs en gehuil van de overige strandbezoekers.
Tegen 18.00 uur hield hij eindelijk zijn lappen wild vlees eens op elkaar voor het naar binnen schrokken van de halve Egmondse snackbar.
“Hè hè”, klonk het na één minuut schransen. “Dit vind ik nou het mooiste moment van de stranddag: als de mensen langzaam van het strand verdwijnen en je eindelijk kan genieten van de rust.”
Ik viel van mijn strandstoel.
Artikel geplaatst op: 27 mei 2017 - 12:21

Gerelateerd

Delen