Lach

Door Marcel Beijer
Anderhalf jaar geleden bezocht ik Allard Veldhuis voor het laatst in zijn appartement. Hij was aan het opruimen en vroeg of ik interesse had in wat oude sportboeken. Ik wees op een indrukwekkend beeld van Sint Nicolaas in de hoek van de kamer. ‘Die wil ik wel hebben’. Allard schaterde het uit. ‘Als ik dood ben’, lachte hij – zoals alleen Allard kon lachen: hoog en hard. Ik weet nog hoe Harrie Jekkers in theater de Metropole in plat Haags vroeg of dat ‘wijf effe kon kappen met lachen’.
Dat ‘wijf’ was Allard.
Bij die ontmoeting vertelde Allard dat hij best eenzaam was. Onvoorstelbaar vond ik dat. Allard was toch een bekende Almeerder: jongerenwerker, speaker van de triatlon, organisator van Bevrijdingspop, hulpsinterklaas, grondlegger van Jeugdland en raadslid.
Maar bijna niemand kwam meer langs. Ik nam me voor hem vaker te bezoeken, maar heb dat niet gedaan.
Voor veel mensen was Allard de eerste Almeerder die ze leerden kennen omdat hij als columnist elke week met zijn kop in de krant stond. En vroeg of laat liep je hem een keer tegen het imposante lijf. Want Allard was overal. Misschien wel de eerste ras-Almeerder. Een bouwer, verbinder en een paljas.
Allard is er niet meer.
Maar die lach…
die blijft.
Artikel geplaatst op: 10 juli 2017 - 09:35

Gerelateerd

Delen