Nou ja...

Door Marcel Beijer


Er trekt een virus door het land dat vooral journalisten, deskundigen, presentatoren en politici in de greep houdt.
Het is het ‘nou ja’-virus.
Het kenmerkende symptoom is dat de woorden ‘nou ja’ aan het begin van een zin worden uitgesproken.
Een voorbeeld: een radiopresentator schakelt over naar de verkeersinformatie in Driebergen.
“En Evert, het is een rustige ochtendspits geloof ik, hè?"
Deskundige Evert antwoordt dan: “Nou ja… er staat wel een file op de A2 richting Maastricht.”
De ‘nou ja…’ wordt niet uitgesproken als een vorm van verbazing (nou jáááááá..!!??) maar klinkt vooral betweterig. Alsof de antwoordgever zijn autoriteit wil benadrukken.
“Mijnheer Jansen, u bent Neerlandicus. In het alfabet komt de letter B dus na de A? “
Jansen: “Nou ja… de B komt in ieder geval vóór de C.”
Jansen had hier natuurlijk ook gewoon ‘ja’ kunnen antwoorden. Maar hij moet op pedante toon zo nodig ‘nóu ja…’ er aan toevoegen. Want hij weet het nu eenmaal beter.
Als je er op gaat letten vliegen de ‘nou ja’s...’ je om de oren in tv- en radioprogramma’s.
Ik zal in mijn volgende column wat meer voorbeelden geven.
Nou ja… in één van mijn toekomstige columns.

Artikel geplaatst op: 24 juli 2017 - 12:29

Gerelateerd

Delen