Muts

Door Robert Mienstra
De camping heeft een zwembad.
Niet echt een aanbeveling, want een zwembad betekent een drukke camping.
Voordeel is wel weer dat bij mooi weer iedereen bij dat zwembad gaat liggen bakken en dat alle kinderen ook van het kampeerterrein weg zijn.
Mijn vrouw Jessica en ik besluiten toch ook maar te gaan zwemmen.
‘Verplicht vooraf douchen', staat er bij een roestige paal met een douchekop.
Koud.
Dan door een badje met modderig water.
“Waar gaan wij heen?”, vraagt een te bruine badmeester.
“Zwemmen”, zegt Jessica, “wat anders.”
“Dan moet u een badmuts op”, wijst de badmeester. “Daar te koop bij de receptie.”
Tien euro armer douchen we nogmaals en waden weer door de modderbak.
Ik plons in het water.
Koud.
“Wat zijn wij aan het doen?”, roept de badmeester naar me. “U mag hier niet zwemmen met een bril op.”
“Dan zie ik niks”, zeg ik. “Da’s gevaarlijk.”
“Bril af of anders niet zwemmen”, bromt de badmeester.
Na een paar baantjes zie ik vaag beweging langs het zwembad.
Ik zwem er naar toe in de veronderstelling dat het Jessica is die zwaait.
Ik ben bijziend.
Dus te laat ontdek ik dat ik mijn arm om de schouder leg van een pronte blondine.
“Hol die Hand da raus”, duwt ze me terug het zwembad in.
Artikel geplaatst op: 17 juli 2019 - 10:48

Gerelateerd

Delen