Column Ilse
Veertien Engelse dwergen

We worden uit de boot geholpen door veertien Engelse dwergen. Sneeuwwitje ontbreekt. Die ligt zijn roes uit te slapen in het hotel. Nu al. Het is vijf uur en wat ons betreft is het vrijgezellenfeestje hier in Amsterdam pas net begonnen.
Marieke, onze bruid in spé, draagt een feloranje tuinbroek en heeft drie opdrachten: zoen een kale man, regel een gratis drankje en laat iemand zijn shirt voor ons uittrekken. De dwergen hebben allemaal haar en dwerglijven, dus helpen ze Marieke alleen aan een biertje. Zie je, we kunnen dit; jong en vrij en gek en wild zijn!
Gisteren nog vlogen er opgewonden berichtjes over de app. Er wordt code geel voorspeld, dus vergeten jullie je paraplu niet? En denk ook aan de zonnebrand, voor het geval dat. Neemt iedereen zijn OV-kaart mee? En hoe werkt dat eigenlijk met de nachtbus?
Op twee dames na (waaronder ik) heeft ieder van ons kinderen. We zijn dus voorbereid op alle weersomstandigheden en elk mogelijk scenario. De tijd van een buideltasje met alleen wat kleingeld en een strippenkaart is voorbij. En niemand van ons haalt het nog in zijn hoofd een handtas te delen, zodat we straks los kunnen gaan op de dansvloer.
Toch zijn we met ons gemiddelde van veertig jaar jong en hip. Zo jong en hip dat ik me niet meer kan voorstellen dat ik vrouwen van veertig in mijn buideltasjestijd stok- en stokoud vond. Moet je ons nu eens zien gaan! Marieke kust een man in een fluorescerend pak op zijn kale hoofd en vraagt een Viking met lang haar zijn shirt uit te trekken.
Tegen elf uur ben ik ouderwets dronken. ‘De nachtbus?’ lal ik tegen mijn man. ‘Kun je me niet even op komen halen met de auto?’ In mijn eentje zwalk ik door nachtelijk Amsterdam, ontdaan door zijn vraag ‘nu al?’ Mijn handtas weegt een ton en ik prijs mezelf gelukkig met mijn comfortabele gympen. Misschien moet ik toch aan mezelf toegeven dat ik ben veranderd.
Maar dan zie ik aan de overkant van de gracht een dwerg rondrennen. Ik herken hem aan zijn zwaar behaarde benen en steek mijn hand op. ‘Heeee’, blert hij vrolijk terug en hij begint enthousiast te zwaaien. Op dat moment rijdt mijn man voor. ‘Wie ís dat?’ vraagt hij jaloers. Zie je wel, dat ik nog jong en vrij en gek en wild ben.
Artikel geplaatst op: 30 mei 2016 - 15:13

Gerelateerd

Delen

Er zijn nog geen reacties

Plaats je reactie: