'Vanaf het eerste begin is nagedacht over rol van beeldende kunst in nieuwe stad'

30 december 2020 09:00

Door Petra Onderwater

ALMERE – Kunst in de openbare ruimte kom je in Almere overal tegen. Waar komt dat vandaan, wie heeft het bedacht, wie heeft de kunstenaars uitgekozen, wie heeft ze betaald? Stedenbouwkundige Brans Stassen vertelt erover in een serie stukken over monumentale kunst in Almere. Deze kunstberichten zijn vanaf januari ook te lezen in Almere DEZE WEEK.

Brans Stassen (1937) werkte vanaf 1972 bij het Projektburo Almere van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). In 1984 kwam hij in dienst van de gemeente Almere, tot hij in 2002 met pensioen ging. "Bijna dertig jaar lang ben ik als stedenbouwkundige betrokken geweest bij de opbouw van Almere", vertelt Stassen. "Vanaf het eerste begin is er nagedacht over hoe ook beeldende kunst een rol zou kunnen krijgen in deze nieuwe stad. Er is zelfs een poging gedaan om een kunstenaar te betrekken in het stadsontwerp voor Almere. En de grootste wijk ontleent zijn straatnamen aan de beeldende kunst, met beroemde schilders en beeldhouwers uit alle tijden. Omdat dat allemaal niet in één alomvattende term te vangen was, hield die wijk de neutrale naam waarmee hij in de ontwerpfase aangeduid werd: Tussen de Vaarten."

Grote kunstenaars

Er is volgens Stassen ook heel veel goede kunst naar Almere gehaald dankzij de percentageregeling van het Rijk voor beeldende kunst bij nieuwbouw. "Veel mensen lopen er wellicht gedachteloos aan voorbij, maar we hebben hier werken van grote nationale én internationale kunstenaars. Helaas zijn er ook werken gesneuveld, bijvoorbeeld bij groot onderhoud aan wijken of sloopwerkzaamheden." Als een soort wandelende encyclopedie vertelt Stassen de ene wetenswaardigheid en anekdote na de andere. Over bestaande kunstwerken, verdwenen kunstwerken en kunstwerken die er nooit zijn gekomen. De meest opmerkelijke verhalen besloot hij vast te leggen in een serie Kunstberichten, die tevens iets vertellen over de ontstaansgeschiedenis van onze stad.

'Alles moest anders'

"Almere werd bedacht in de jaren zeventig van de vorige eeuw, de tijd van de verbeelding en de conceptuele kunst. Alles moest anders en om deze nieuwe stad te ontwerpen werd dan ook een multidisciplinair team samengesteld uit louter jonge mensen", blikt Stassen terug. "De RIJP, in die jaren een machtige organisatie met zo'n 1000 ambtenaren, was opgericht om de IJsselmeerpolders in te richten en te beheren. Ook na de gemeentewording in 1984 zijn nog hele Almeerse wijken door de RIJP ontwikkeld. Zo is ook het stadscentrum nog grotendeels aangelegd en betaald door de RIJP, inclusief de kunstwerken die je er aantreft.

'Vuurtoren' bijzonder gedenkteken

Stassen noemt de RIJP veelbetekend de 'verdwenen moeder' van Almere, waarbij de gemeente dan de rol van 'vader' krijgt. "Een bijzonder gedenkteken aan die voor Almere zo belangrijke 'moeder' is de uitkijktoren op het Utopia eiland. Het was een afscheidsgeschenk van de RIJP aan de gemeente, ontworpen door Paul de Maar, landschapsarchitect van Almere Stad", vertelt Stassen.

"Hij plaatste de toren heel symbolisch op het snijpunt van twee lijnen, de zichtas van de A6 (Rijk/moeder) en de zichtas vanuit het stadscentrum van de Stationsstraat en de Wandellaan tot over het Weerwater (gemeente/vader). Zijn ontwerp werd aanvankelijk afgekeurd door de Welstandscommissie, omdat het meer op een vuurtoren zou lijken dan op een uitkijktoren.

Maar omdat je een gegeven paard nu eenmaal niet in de bek kijkt, mocht het toch gebouwd worden. Nu staat dat geliefde "vuurtorentje" op het Floriadeterrein zelfs op de nominatie om als monument aangemerkt te worden." Dat is terecht, vindt Stassen. "Want het is een herinnering aan de herkomst van de stad."

Brans Stassen is zelf Kunstambassadeur van '9 Leunblokken' van Herman Makking, een van de vele kunstwerken in de openbare ruimte die Almere rijk is. (Foto: Mark Wiechmann)