Afbeelding

Ammenooitniet

Hoeksteen

Ik rijd in de Bloemenbuurt in een straat van twee rijbanen die gescheiden zijn door een strook groen. De rechter rijbaan is afgesloten door een aantal werkmannen. Ze verwijzen me naar de andere, parallelle linker rijbaan.
Aan het eind van de rijbaan - nog 10 meter te gaan - komt een auto van de andere kant.
De chauffeur zet zijn auto pontificaal vlak voor mijn oude Skoda.
Ik kan geen kant meer uit.
Dit is boze opzet.
De man gebaart naar me met zijn middelvinger.
Ik negeer het en zet mijn motor af.
Na tien minuten stap ik eens uit, en leg de man uit waarom ik daar rijd.
“Jij mag hier niet rijden en je moet terug”, blaft de man.
“Ammenooitniet”, zeg ik, “je zag mij aankomen. Je had twee meter eerder kunnen stoppen.”
“Terug jij”, schreeuwt de man.
Ik loopt terug naar mijn auto, pak mijn tas en sluit de auto af. Vrolijk zwaaiend loop ik een zijstraat in en verdwijn uit het zicht.
De man zoekt het maar uit.
Als ik achterom kijk zie ik hem over de stoep manoeuvreren en met rokende banden weg rijden.
Het had een handgemeen kunnen worden, maar de tactische terugtocht bleek de juiste keuze.

Uit de krant