
‘Breng de mannen van neergeschoten Stirling naar huis’
AlgemeenDoor Marcel Beijer
ALMERE – “21 jaar!”. Wethouder Hilde van Garderen herhaalt die woorden met een extra beklemtoning. Om te benadrukken dat de piloot van de Stirling BK710, neergeschoten in de Tweede Wereldoorlog, eigenlijk nog maar een jochie was.
Het lichaam van de 21-jarige Jack Uden bevindt zich, samen met nog vijf andere Engelse vrijheidsstrijders, hoogstwaarschijnlijk nog in de bommenwerper op de bodem van het Markermeer. Op Almeers grondgebied, nog geen 3,5 kilometer van het gemaal Blocq van Kuffeler. De wethouder is duidelijk in haar missie: ‘Breng die mannen naar huis!’
Van Garderen houdt wel een slag om de arm. “Het kan bijna niet anders, maar we weten nog niet voor 100% zeker of het gevonden vliegtuig ook daadwerkelijk de Stirling BK710 is.”
Het toestel werd een aantal jaar geleden bij toeval ontdekt. Er werd een propeller omhoog gehesen en ook het toestelnummer komt overeen. “Maar uit respect voor de omgekomen mannen, en hun nabestaanden, moeten we daar dus discreet mee omgaan.”
Toen Van Garderen vorig jaar aantrad als wethouder hadden de nabestaanden al de wens uitgesproken om de Stirling te bergen. “Dat is een keiharde voorwaarde’, stelt Van Garderen. “De Engelsen hebben de locatie aangemerkt als oorlogsgraf. Dan gelden daar bepaalde regels voor. Zo moet iedereen er vanaf blijven, zolang niet alle nabestaanden akkoord hebben gegeven voor berging. Die stap was dus al genomen.”
Dat traject was al doorlopen toen Van Garderen het dossier in handen kreeg. “Het verhaal greep me enorm aan. Die oorlog heeft vele jonge levens verwoest. We kunnen ons niet voorstellen dat zeven jonge Engelse kerels stierven voor onze vrijheid. Eén lichaam is geborgen, maar zes kameraden zitten hoogstwaarschijnlijk nog in het toestel.”
Bergingskosten
Het optakelen van de Stirling is niet alleen een emotionele uitdaging, financieel heeft het ook de nodige gevolgen. “De bergingskosten bedragen meer dan een miljoen euro. Omdat het toestel op Almeers grondgebied ligt, moet de stad dat ook betalen. Het Rijk was aanvankelijk slechts bereid 70% van die kosten te vergoeden. Ik had het provinciebestuur ook gesproken over dit onderwerp en die wilde ook een financiële bijdrage leveren.”
Maar eind vorig jaar werd het nationaal programma ‘Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog’ ingesteld en veranderde de situatie. Van Garderen: “Minister Ollongren kwalificeerde de berging van de ‘Almeerse’ Stirling BK710 als ‘kansrijk’ en is nu bereid de hele berging te bekostigen. Almere moet het bedrag financieel dan wel voorschieten. De gemeenteraad sprak daar afgelopen donderdag over en gaat in grote meerderheid akkoord. Van Garderen: “Het Rijk heeft meerdere ‘kansrijke’ projecten door de minister aangewezen, dus we moeten een formeel akkoord nog afwachten, maar ik heb begrepen dat dit project bovenop de stapel ligt. We zijn daarom een projectteam gestart die de berging gaat voorbereiden. Er zijn al sonaropnamen van de locatie gemaakt. Daaruit blijkt dat er over een breed deel van de bodem diverse wrakstukken liggen. Dat maakt de berging ook zo kostbaar.”
Als alles volgens plan verloopt kan de berging van de Stirling in het voorjaar van 2020 beginnen. Dat gebeurt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Defensie. “Op dat moment kunnen we de nabestaanden 100% zekerheid geven dat het om hun familieleden gaat. We willen ze dan ook nadrukkelijk bij het proces betrekken. Het moet een plechtig, respectvol moment worden, met ook alle militaire egards. We denken aan een herdenkingsdienst. Het lijkt me ook mooi om de berging onderdeel te laten uitmaken van de 75-ste Nationale Herdenking.” Van Garderen wil ook graag Almeerders betrokken maken bij de gebeurtenis. “Die Stirling maakt vanaf nu onderdeel uit van de Almeerse geschiedenis. Het is ons erfgoed geworden. Ik wil dat benutten door een educatief programma voor scholen te maken, maar wellicht ook door een deel van het toestel over te brengen naar het Bos der Onverzettelijken en in te richten als herdenkingsplek.”
Documentaire
Nu het Rijk bereid is de volledige kosten van de berging te dekken, wil Van Garderen de bijdrage van de provincie onder andere gebruiken om een documentaire te maken over de berging. “Ik zag onlangs de indrukwekkende documentaire ‘Liever dood dan vermist’, dat ging over de gesneuvelde piloten uit de Tweede Wereldoorlog waarvan de lichamen nooit gevonden zijn. Dat heeft anno 2019 nog steeds een enorme impact op de nabestaanden. Die uitzending maakte enorm veel indruk. Het is waardevol als we van de berging net zo’n mooie documentaire kunnen maken zodat generaties na ons ook bewust blijven van welke opoffering deze vrijheidsstrijders hebben gedaan. Ze verdienen een graf. Daarom zeg ik: ‘breng ze naar huis!’”































