
Haalt de Zorggroep Almere 2025?
AlgemeenDoor Marcel Beijer
ALMERE - De Zorggroep Almere is voortgekomen uit een idee van Nico van Duijn, de eerste huisarts van Almere. “Eigenlijk is mijn sollicitatiebrief van destijds de beleidsnota geworden die leidde tot de Stichting Maatschappelijke Gezondheidszorg Almere (SMGA), de voorloper van de Zorggroep Almere.”
De SMGA kwam voort uit een idealisme: “Gezondheidszorg is een publieke voorziening, dus wij vonden dat dat in een nieuwe stad als Almere goed georganiseerd moest worden”, zegt Van Duijn. “Elders is ons land werkten dokters, tandartsen apothekers vooral solistisch. Als ze samenwerking zochten deden ze dat in hun eigen netwerkclubjes zoals de Rotary. Met de MGSA werden de disciplines bij elkaar gezet in één gebouw, het gezondheidscentrum. Die samenwerking was nuttig: huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten en apothekers kwamen in loondienst en konden elkaar van dienst zijn.”
Het model van de SMGA werkte lange tijd probleemloos. Door de groei van de stad werd de organisatie ingewikkelder. Halverwege de jaren ’80 werd de organisatie omgedoopt in de EVA (Eerstelijns Voorzieningen Almere). Het was ook de tijd dat het systeem de eerste barstjes vertoonde. Huisartsen stapten eruit om een eigen praktijk te beginnen en later ook een aantal tandartsen. Van Duijn ziet die ontwikkeling niet als een afbrokkeling van het oorspronkelijke idee. “Het is een natuurlijke ontwikkeling. Sommige mensen werken nu eenmaal graag voor zichzelf. Het is overigens een misverstand te denken dat er in de begintijd van Almere geen enkele vrijgevestigde huisarts was. Ook toen was zo’n tien procent dat.”
Volgens Van Duijn is er zeker toekomst voor de Zorggroep Almere. “Als collectief kun je namelijk een heleboel bereiken bij het multidisciplinair oppakken van projecten. Zorgcentra waren er nooit gekomen om als de Zorggroep er niet was geweest. Of afspraken rond euthanasie. Wij maakten protocollen. Daar heeft geen vrijgevestigde huisarts een inbreng bij gehad. Daarnaast kan het collectief het niveau verhogen. De ervaren huisarts helpt de nieuwkomer. Huisarts, fysiotherapeut, wijkverpleging: samen behandelen gaat beter in een gezondheidscentrum. De gezamenlijke dienstapotheek in het Flevoziekenhuis was er nooit gekomen met twintig solistische apothekers. Met de Zorggroep wel. Net zo met de gespecialiseerde thuiszorg en de bijzondere gezinszorg.”
Om 2025 te halen moet de Zorggroep in de ogen van Van Duijn een heldere visie voor de toekomst vaststellen. “En daar zit het probleem: die visie is er niet. Ik vraag me wel eens af of ze wel eens over de toekomst nadenken. Waarom moet alles collectief geregeld blijven worden? Van het onderhoud tot de aanschaf van computers. Dat is toch niet meer van deze tijd? Laat ieder gezondheidscentrum dat lekker zelf bepalen. Het apparaat is zo log geworden. Als een enthousiaste zorgverlener een ruimte wil huren in zo’n centrum loopt hij tegen een muur van bureaucratie aan. Als zo’n centrum zelf de regels kan bepalen is er veel meer flexibiliteit.”
In elke organisatie zitten rotte appels en dat zal bij de Zorggroep Almere niet anders zijn, stelt Van Duijn. “De vraag is: wordt er ingegrepen? Ik herinner me dat het ooit helemaal fout ging bij gezondheidscentrum Parkwijk. Dat etterde maar door. Patiënten klaagden dat ze geen arts, tandarts of fysiotherapeut aan de lijn kregen. Dat klopte: die mensen konden niet met elkaar door een deur. Er werd pas na vele jaren ingegrepen. Dat moet echt anders wil de organisatie 2025 halen. Een slechte of luie huisarts kan je begeleiding geven, maar ook ontslaan. Soms wil iemand gewoon niet. Ik geloof dat er in de geschiedenis van de Zorggroep slechts één arts ontslagen is. Maar daar was dan ook wel een heel goede reden voor. Er zijn zelfs geen beoordelingsgesprekken.”
De Zorggroep zou zichzelf ook beter moeten verkopen, stelt Van Duijn. Werk aan je klantvriendelijkheid. Nooit je eigen huisarts zien, steeds weer een vreemd gezicht, dat is zo’n ding. Vanuit het bedrijf zijn daar redenen voor. Vanuit de patiënt bezien is het geen goede zorg. Er zijn vele oplossingen, maar allemaal beperken ze de ruimte die dokters hebben om zelf hun rooster te bepalen. Nu blijken dokters hierin leidend, niet de patiënt. Verkeerde richting dus, en schadelijk voor het imago.”
De Zorggroep zou als collectief ook een vuist kunnen maken tegen – in de woorden van Van Duijn ‘de uitwassen’ die zich momenteel in de Thuiszorg voordoen. “In sommige steden zijn er wel dertig thuiszorgorganisaties actief”, aldus Van Duijn. “Daar zitten ook bedriegers tussen. Neefjes die als begeleider bij een stervende worden gezet, maar van toeten noch blazen weten. Schrijnend. Maar wel het tarief doorbereken van een ervaren stervensbegeleider. Als Zorggroep kun je die charlatans boycotten. Bijvoorbeeld door per stadsdeel met hooguit drie instanties te werken.”
“Ik denk dat de Zorggroep 2025 wel haalt. En eigenlijk hoop ik het ook. Stel je voor dat de markt wordt bepaald door vrijgevestigden die nauwelijks geneigd zijn zich wat aan te trekken van het stadsbelang, de stedelijke voorzieningen, van de publieke gezondheidszorg. Dan wordt het hele zorgsysteem net zo verkankerd als de Thuiszorg. Terwijl de Zorggroep juist voor mooie dingen kan zorgen. Wij hebben in Almere bedacht dat bejaardenhuizen, verzorgingshuizen en verpleeghuizen met elkaar samengaan in een zorgcentrum. Waar de zorg dus de cliënt volgt. Hoe mooi is het dat Tante Mien met haar kwalen niet van het ene centrum naar het andere centrum hoeft te verhuizen? Allemaal te danken aan de Zorggroep. Laten we als Almere alsjeblieft onze zegeningen tellen.”
IN KADER
In onze visie is elke cliënt gebaat bij een goede afstemming tussen de verschillende zorgprofessionals. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat de huisarts korte lijnen heeft met bijvoorbeeld de fysiotherapeut, de apotheker en de wijkverpleegkundige. Persoonlijke zorg dichtbij, dat is ons motto en onze zorgverleners zijn hiertoe gemotiveerd.
Onze kracht zit in samenhang en gebruik maken van elkaars expertise, en tegelijkertijd ruimte creëren voor maatwerk in buurten en wijken. De professionals in de gezondheidscentra en woonzorgcentra worden ondersteund op het gebied van ict, administratie, huisvesting, ontwikkelen van zorgprogramma’s, etc. Elke wijk in Almere is immers anders en vraagt om specifieke oplossingen. Mensen daar kunnen zelf keuzes maken.
De door Nico van Duijn geschetste situatie in Parkwijk dateert van meer dan tien jaar geleden. Juist doordat er toen ingegrepen is, draait het centrum nu heel goed en zijn cliënten over het algemeen heel tevreden.
Wij kijken goed naar de wensen van onze klant. Met bijvoorbeeld steeds meer duo-praktijken en avondspreekuren in de huisartsenzorg dragen we eraan bij dat cliënten zoveel mogelijk bij hun zorgverlener terecht kunnen op momenten dat zij dat willen. Als cliënten zich niet goed behandeld voelen, dan horen we dat graag. Niet voor niets hechten we veel waarde aan de inbreng van onze Cliëntenraad.
We zijn uiteraard heel kritisch in de keuze van onze eigen samenwerkingspartners, maar als een cliënt de keuze maakt om zelf met een bepaalde partij in zee te gaan, dan zullen wij samenwerking (vaak van rechtswege) niet weigeren. Zien we misstanden, dan stellen we dat vanzelfsprekend aan de kaak.



































