
Topper van de toekomst - Kayne Schrandt
SportNaam: Kayne Schrandt
Leeftijd: 13
Sport: Karten
Quote: Remmen is angst, crashen kost geld
ALMERE - Kayne Schrandt (13) uit Almere was altijd al gek van Formule 1. Toen hij tien jaar oud was, besloot hij dat hij die adrenaline zelf ook wel eens wilde voelen. Op de kartbaan van TT Assen stapte hij voor het eerst in een kart, en dat was gelijk een goede match. “Toen ik voor het eerst in een kart zat, wist ik: dit is mijn ding. Het draait niet alleen om snelheid, maar ook om slim rijden, de beste lijnen kiezen en je kart echt begrijpen.”
Op dit moment racet Kayne in de Junior-categorie (Rotax), waarin coureurs tot vijftien jaar rijden. “Het is pittig,” vertelt hij. “Ik neem het vaak op tegen jongens met meer ervaring of oudere rijders. Over een paar jaar wil ik doorstromen naar de Senior-klasse, en misschien ooit naar de autosport.”
Dit seizoen staat volledig in het teken van training en internationale ervaring opdoen. “Ik wil nieuwe kartbanen ontdekken, mijn rondetijden verbeteren en constanter presteren,” zegt Kayne.
Mini-vakantie
Zijn mooiste herinnering tot nu toe beleefde hij in Italië. “Alles klopte in die race: het gevoel, de snelheid, de focus. Tot ik werd aangereden,” vertelt hij. “We moesten flink sleutelen, maar dat hoort erbij. Karten kan duur zijn, en zonder sponsors is het bijna niet te doen. Maar de gezelligheid op de paddock, vooral nu we met de caravan reizen, maakt het altijd leuk.” Voor verre races vertrekt Kayne vaak al op donderdag, omdat de trainingen op vrijdag beginnen. Dan mist hij school, maar haalt alles weer in en zit maandag gewoon in de klas. “Soms voelt zo’n weekend als een mini-vakantie, maar ik moet wel vroeg opstaan.”
Community
Wat Kayne het mooiste vindt aan de sport, zijn de mensen. “In de kartwereld is het echt een hechte community. Ik zie overal bekende gezichten. Uit Nederland, België, Duitsland en Oostenrijk. Dat maakt het extra leuk.” En zijn grootste droom? “Het lijkt me waanzinnig om ooit in de Formule 1-auto van Lewis Hamilton te rijden. Wie weet, ooit! Voor nu ben ik vooral trots op hoe ver ik in drie jaar ben gekomen.”




































