Mario Withoud. (Foto: aangeleverd)
Mario Withoud. (Foto: aangeleverd)

Zomercolumn: Almeerder elders

Algemeen

Montpellier

Door Mario Withoud

Ik sta op het punt om in mijn eentje – mijn vrouw blijft thuis - weer een maand lang van huis te zijn. De eerste keer dat ik langer dan een dag in mijn eentje van huis was, herinner ik me nog: schoolreisje. Heimwee had ik toen niet. U snapt waarom als u weet uit wat voor gezin ik stam.
Ook nu ik weer een maand van huis zal zijn vrees ik heimwee niet. U snapt waarom als u weet wat mijn woonplaats is. Waar ik woon, doet er voor nu niet toe, maar zou ik die stad moeten visualiseren, zou ik Van Goghs schilderij De Aardappeleters laten zien.
Ik ga overigens naar een plek niet ver van Arles, waar Van Gogh naar toe vluchtte in zijn verlangen naar helder licht en levendige kleuren. Ik ga naar Montpellier en dat is niet om daar mijn oor af te snijden. Dat zou ongemak opleveren, want mijn gehoorapparaatje blijft dan niet hangen. Montpellier is een stad waar ik wel vaker langdurig verblijf. Het lijkt op de plaats waar ik geboren en getogen ben, Amsterdam, maar dan met meer fatsoen, meer beschaving, meer grandeur en minder massatoerisme.
Toen ik voor het eerst op Station Saint-Roch de trein uitstapte en Place Auguste Gilbert overstak en richting Place de la Comédie liep, zag ik Zuid-Frankrijk zoals ik dat wil zien: palmbomen langs een zonnige straat met levenslustige en toch niet rumoerige mensen te midden van oude huizen van vijf bouwlagen. Stedelijk dus en daar voel ik me thuis, ik ben namelijk een stadsjongen; mij doe je geen plezier met weken in de natuur, aan de zee, in de bergen of op het platteland. Ik heb stenen, geschiedenis, levendigheid en cultuur nodig anders slaat alles naar binnen toe en daar is het al druk genoeg.
Minimaal een derde van de inwoners is student en de universiteit is een van de oudste van de wereld. Nostradamus heeft er zelfs nog gestudeerd, al zie ik dat niet als aanbeveling.
Destijds dichtte ik over Montpellier:

“broeken voor gemiddelde lengte mannen kopen bij Lafayette
ik zie ons op de tram staan wachten bij de halte Bouttonet
een zwerver, junk of student op vakantie vraagt om geld
de ene keer krijgen ze wat, maar we geven vaker niet dan wel
vreemd genoeg word jij kalm van politie met machinegeweren
een tandeloze man stelt dat we vroeger van hem konden leren
ik wil een vegetarische hamburger en krijg een lege Big Mac
ondanks die starre simpelheid is hier niks dat mij blijvend nekt”

Jaren geleden verbleven mijn vrouw en ik er weer eens en binnen vier dagen begroette de ober van een kroeg op Place Jean Jaures mij al met: ‘Ah, monsieur Vin Blanc!’
Dat vond mijn vrouw zorgelijk. ‘Zelfs hier in Frankrijk, waar dagelijks wijn drinken normaal is, valt op dat jij wel erg veel wijn drinkt.’
Ik vond destijds dat ze overdreef. Jaren later zou mijn lever haar gelijk geven. Want er was een tijd dat ik voor minder dan een liter wijn mijn bed niet uit kwam. En voor minder dan twee liter mijn haar niet kamde.
Het was ook die keer dat ik ’s ochtends om half acht op Amsterdam Centraal mijn laatste wiet had opgerookt.
En ik ga nu dus weer naar Montpellier, dit keer geen drank en geen dope, niks sterkers dan koffie en huismerk shag. Half zware shag nog wel! En als ik op een terras wild wil doen, bestel ik cola.

Uit de krant