
Geschiedenis van Almere: Almere Fietsum
AlgemeenALMERE – Nieuwe steden zoals Almere hebben ook hun historie. Elke lijn van Almere, elke wijk en elk gebouw heeft zijn achtergrond. Wat waren de dromen en ideeën, maar ook de discussies die de stad maakten tot wat ze geworden is? Brans Stassen, oud-stedenbouwkunstige en ‘Peetvader van Almere’, schreef een serie artikelen over de geschiedenis van Almere.
Door Brans Stassen
Voordat de eerste kern ‘Almere Haven’ werd gedoopt, is daar begin zeventiger jaren in het ‘Projektburo Almere’ ijverig over gebrainstormd. Een optie was ‘Almere Fietsum’, omdat wij er alles aan wilden doen de mensen uit de auto te krijgen. ‘Fietsum’ als antwoord op “Bussum” aan de overkant heeft het niet gehaald. Het zou het maar verwarring zaaien omdat de bus voor ons immers even belangrijk was.
Auto moest maar omrijden
De routes voor fiets en bus werden als hoofdverkeersaders centraal in elke nieuwe wijk gelegd. De auto moest maar omrijden, dan zou het gebruik ervan wel afnemen. Er kwamen veel mensen kijken naar de nieuwe stad, ook uit het buitenland. We ontvingen zulke excursies in Haven, maar vanaf 1980 - toen Stad ook in aanbouw kwam - brachten we ze naar gebouw Meerestein aan het Weerwater. Terwijl het bezoek in de touringcar stapte nam ik m’n dienstrijwiel. Ik weet nog wat een voldoening het gaf als je de bus dan in Stad al rustig stond op te wachten.
Onder autodreven door
Om het fietsers naar de zin te maken lieten we ze bij kruisingen onder de autodreven door rijden en niet er overheen zoals in Lelystad. Daar moesten ze eerst vijf meter omhoog rijden terwijl je in zo’n tunneltje juist begint met vaart te maken naar beneden, om daarmee weer makkelijk weer omhoog te rijden. Als de fiets dan een enkele keer toch bovenlangs gevoerd werd, zoals bij de Noord-Hollandse Poort over de Stedendreef, werden er miljoenen guldens uitgegeven voor een autotunnelbak om de fietser de klim te besparen.
Autootje-pesten is voorbij
In de eerst gebouwde wijken liggen fiets- en busroutes apart. De fietser rijdt er door smalle straatjes, zonder hinder van de auto. Soms maakten we vanuit ons jeugdige idealisme wel erg veel van die fietsroutes. Het autootje-pesten van vroeger is inmiddels wel voorbij. De verdeling tussen die verkeerssoorten bleek er niet echt van te veranderen en het wekte maar irritatie. De mooiste en meest favoriete fietsroutes door de stad zijn nu juist de meer perifere paden, zonder veel kruisingen zoals de routes rond het Weerwater en het Spoorbaanpad. Er is daarmee een heel netwerk ontstaan van een soort ‘fietssnelwegen’. Zo is heel Almere toch één Fietsum geworden.




































