
Demonstranten eisen: geen Israëlische bussen in Almere
AlgemeenCENTRUM STAD - Voor het stadhuis in Almere hebben donderdagavond tientallen inwoners gedemonstreerd tegen de Israëlische busonderneming EBS. De actievoerders, die wekelijks samenkomen, vragen de gemeenteraad om het bedrijf uit te sluiten van de aanbesteding voor busvervoer in de stad.
Door Priscilla Rolvers
De oproep volgt op een recent VN-rapport met de conclusie dat Israël genocide pleegt in Gaza. Het rapport verwijst naar grootschalige dodelijke aanvallen, het toevrengen van zwaar lichamelijk en geestelijk letsel en maatregelen die erop gericht zijn de Palestijnse bevolking te vernietigen.
Moederbedrijf Egged op zwarte lijst VN
EBS is eigendom van het Israëlische Egged Transportation. Dat bedrijf staat op een VN-lijst van ondernemingen die illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever ondersteunen. Het Internationaal Gerechtshof oordeelde dit jaar dat die nederzettingen illegaal zijn en neerkomen op apartheid.
Almere mag eigen keuzes maken
Nederland heeft het VN-verdrag tegen genocide ondertekend. Dat verdrag legt de verantwoordelijkheid vooral bij de nationale regering, die sancties kan opleggen of diplomatieke stappen kan nemen. Gemeenten hebben daar officieel geen rol in.
Maar lokale overheden kunnen we kun eigen politieke keuzes maken bij het uitgeven van belastinggeld. Bijvoorbeeld door te kiezen met welke bedrijven ze zaken doen. Dat is precies wat de demonstranten van Almere vragen: sluit EBS uit van de busaanbesteding.
Politieke discussie
Tijdens de Politieke Markt werden kritische vragen gesteld over deze aanbesteding. Raadsleden willen weten waarom EBS nog niet is uitgesloten van deze aanbesteding. Wethouder Micha Mos vindt de zorgen begrijpelijk. “Sinds het begin van het werk aan de nieuwe aanbestedingen hebben we vinger aan de pols gehouden bij onze eigen juristen over de uitsluitingsgronden.” Mos stelde dat de juristen van de gemeente aangaven dat uitsluiting niet kon. Maar na een externe toetsing bleek dat uitsluiting wellicht wel mogelijk was.
“Maar het blijft onzeker of zo’n uitsluitingsgrond stand zou houden bij de rechter, het is namelijk onontgonnen terrein.” legde Mos uit. De gemeente koos ervoor om zonder uitsluiting door te gaan met de aanbesteding, om vertraging en kosten te voorkomen.














































