‘De knobbelzwaan is onze familie’
AlgemeenALMERE – Op het Stedenwijkstrandje loopt een grote knobbelzwaan tot op een meter van Ton Eggenhuizen af. Als het dier merkt dat de stadsecoloog geen lekker brood bij zich heeft, begint het aan zijn veren te pikken. “Nervositeit”, stelt de stadsecoloog. “Hij weet zich geen raad met de situatie.”
Door Marcel Beijer
Vogelaars zullen niet snel euforisch raken van een knobbelzwaan, Eggenhuizen heeft meer dan gewone interesse deze vogel. Hij geeft lezingen en schreef zelfs een boek over het dier (Uitgeverij Atlas, ISBN 9789045037257). De gemene vraag of de ordinaire knobbelzwaan wel een boek waard is, doet Eggenhuizen lachen. “Dat moet je niet aan een stadsecoloog vragen. Elk dier of plant is een boek waard. Maar de knobbelzwanen zijn Almeerders. Ze voelen zich thuis in de stad en de 35 tot 50 paartjes die hier wonen blijven ook bij ons. Rond deze tijd schoppen ze hun jongen het territorium uit. Misschien kunnen die tijdrekken tot maart, maar dan moeten ze echt elders hun eigen leven opbouwen.”
Ringen
De Zwanenwerkgroep Flevoland, waar Eggenhuizen lid van is, houdt het wel en wee van de knobbelzwanen goed in de gaten. “In de zomer gaan we met de Vogelwacht en Dierenambulance op pad om de volgroeide jongen te ringen. Zo kunnen we monitoren wat ze doen en waar ze heengaan. Het trekt altijd interesse van bewoners. ‘Doe je voorzichtig met mijn kerel’, hoor ik vaak. “Almeerders zien knobbelzwanen als familie. Ze zijn dichtbij. Deze zwaan is een exponent van stadsnatuur.”
Engelen
Kippenvel kreeg Eggenhuizen van de vrouw die de zwanen ziet als engelen. “Na het overlijden van haar moeder had ze contact met een zwaan. Als ze aan haar denkt, duikt er regelmatig een zwaan op. Bijzonder, want de knobbelzwaan wordt vanuit de oudheid in verband gebracht met de overgang naar het hiernamaals. In Denemarken zijn voorbeelden uit de steentijd dat mensen begraven zijn op een zwanenvleugel.”